Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 juni 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Rotterdam The Hague Airport B.V.(werkgever), te Rotterdam, gemachtigde: mr. E.A. Scheffers.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser, werkzaam bij Rotterdam The Hague Airport B.V., was sinds maart 2014 arbeidsongeschikt. De werkgever kreeg een loonsanctie opgelegd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen, maar deze werd later door het UWV ingetrokken. Eiser was het niet eens met deze intrekking en stelde beroep in tegen het besluit.
De rechtbank onderzocht of de werkgever voldoende inspanningen had verricht om eiser passend werk aan te bieden, zowel binnen zijn eigen functie als in andere passende functies binnen de organisatie. Diverse arbeidsdeskundige rapporten concludeerden dat aanpassing van het eigen werk slechts beperkt mogelijk was en dat herplaatsing in andere functies niet haalbaar was vanwege de aard van de functies en de beperkingen van eiser.
De rechtbank oordeelde dat de werkgever voldaan had aan zijn inspanningsverplichting en dat de intrekking van de loonsanctie door het UWV terecht was. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de loonsanctie wordt bevestigd.