Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
3 WAARDERING VAN HET BEWIJS4
7 OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL31
8 BENADEELDE PARTIJ38
10 BESLISSING40
1.TENLASTELEGGING
2.VOORVRAGEN
3.WAARDERING VAN HET BEWIJS
20uur)
14:48:55uur
14:48:59uur
verdachte en [slachtoffer] .
veel waarschijnlijkerwanneer de blouse en broek in contact zijn geweest met de sloot waarin het slachtoffer is aangetroffen, dan wanneer deze in contact zijn geweest met een willekeurig ander oppervlaktewater. [46]
zeer veel waarschijnlijkerwanneer H1 waar is dan wanneer H4 waar is.
zeer veel waarschijnlijkerwanneer H2 waar is dan wanneer H4 waar is.
waarschijnlijkerwanneer hypothese H2a waar is dan wanneer hypothese H1a waar is.
veel waarschijnlijkeris dan hypothese 1.
verdachte en [B]
met [C].
‘t echt kapot leuk was’.’ [76]
verdachte en [B].
of s nog wat heeft gezegd’. [B] zegt ‘
nop’, waarna verdachte zegt: ‘
jammeren
ga morgen op pad erheenen
maar weet nii waar ze morge is’.
[B] en [slachtoffer]plaatsvindt, vindt er eveneens een chat plaats tussen WhatsApp
[B] en verdachte, waarbij [B] meerdere screenshots [82] doorstuurt naar verdachte van het WhatsApp-gesprek dat zij voert met [slachtoffer] . [B] geeft aan dat ze hem, verdachte, wil helpen en kan vragen of ze ( [slachtoffer] ) wil afspreken. Verdachte geeft aan dat hij daar ook aan dacht, maar zat te twijfelen tussen twee dingen. Verdacht geeft aan dat het ander ding een smoesje over hem verzinnen is, dat hij, verdachte in amf (Amersfoort) woont en zo snel mogelijk naar familie in het buitenland moet. Verdachte geeft echter aan dat het afspreken beter is. Verdachte zegt:
[B] met [slachtoffer]en vraagt:
[B] aan verdachte:
verdachte en [slachtoffer]die dag blijkt dat verdachte die middag op station Amersfoort was. [slachtoffer] geeft aan dat zij daar die middag ook was met haar moeder. Het gesprek gaat verder over hoe het gaat.
verdachte en [B].
verdachte en [slachtoffer].
Over [A] vertelt [slachtoffer] aan verdachte op enig moment dat hij waarschijnlijk deze zomer bij haar blijft slapen.
4.BEWEZENVERKLARING
5.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
6.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
7.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
In dit zeer uitzonderlijke geval en met name vanuit het perspectief van jeugdbescherming met een wegvallend civielrechtelijk kader is de ruimte voor toepassing van een PIJ-maatregel op basis van enkel een veroordeling terzake diefstal denkbaar.
8.BENADEELDE PARTIJ
10.BESLISSING
jeugddetentie voor de duur van 2 (twee) jaren;
maatregel van Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [E] en [F] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over de begrafeniskosten van € 5.774,26 vanaf 21 augustus 2017 tot de dag van volledige betaling en de overige schadeposten van in totaal € 23.154,48 vanaf 1 juni 2017 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [E] en [F] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [E] en [F] aan de Staat € 28.928,94 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over de begrafeniskosten van € 5.774,26 vanaf 21 augustus 2017tot de dag van volledige betaling en de overige schadeposten van in totaal 23.154,48 vanaf 1 juni 2017 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 30 dagen jeugddetentie;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.