ECLI:NL:RBMNE:2018:3307
Rechtbank Midden-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen handhavingsverzoek pad woonark op grond van Bouwbesluit 2012
Eiser verzocht de wegbeheerder om het pad naar zijn woonark te verbreden zodat het voldoet aan de brandveiligheidseisen uit het Bouwbesluit 2012, zodat hulpdiensten de woonark kunnen bereiken. Verweerder wees dit handhavingsverzoek af, waarop eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de Woningwet en het Bouwbesluit 2012 betrekking hebben op bouwwerken en dat handhaving alleen kan plaatsvinden tegen degene die zeggenschap heeft over het bouwwerk, in dit geval de woonark. De wegbeheerder of eigenaar van de weg heeft geen bestuursrechtelijke plicht om het pad aan te passen. Hierdoor ontbreekt het eiser aan procesbelang om via deze bestuursrechtelijke procedure de wegbeheerder te gelasten tot aanpassing van het pad.
De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en draagt verweerder op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden. De rechtbank laat de vraag of daadwerkelijk sprake is van een overtreding van het Bouwbesluit buiten beschouwing. Tevens wijst de rechtbank op de inwerkingtreding van de Wet verduidelijking voorschriften woonboten per 1 januari 2018, waardoor bestaande woonboten niet meer onder het verbod van artikel 1b Woningwet vallen.
Tot slot merkt de rechtbank op dat civiele rechter bevoegd is voor geschillen over de zorgplicht van de wegbeheerder uit de Wegenwet. De uitspraak is gedaan door rechter K. de Meulder op 5 juli 2018.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.