Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
[medeverdachte 1] heeft op mijn verzoek gebeld en de afspraak met [slachtoffer 2] gemaakt. Ik ben samen met [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en een vriend van [medeverdachte 1] het pand ingegaan. Ik wilde bij [slachtoffer 2] verhaal halen waarom hij mijn geld niet had terugbetaald.” [1]
Ik liep (…) naar [slachtoffer 2] (…). We liepen (…) naar het kantoor. Toen we eenmaal op kantoor waren ging [slachtoffer 2] op zijn eigen stoel zitten en ik zat tegenover hem. [medeverdachte 1] en zijn vriend (…) zaten achter mij op stoelen. Ik vroeg hem waarom hij de borg nog niet had betaald. Hij kwam met allerlei excuses (…) en hij begon best wel hard te praten. Door die harde manier van praten stonden mijn broertje en zijn vriend op en liepen naar [slachtoffer 2] toe. Ik hoorde ze allebei tegen [slachtoffer 2] zeggen (…) waarom speel je verstoppertje? (…) [slachtoffer 2] (…) gaf mij toen een stapeltje geld en [slachtoffer 2] zei mij dat het bijna 1800 euro was. Ik heb dat geld in mijn zak gedaan.
(…) Daarna hebben [slachtoffer 2] en ik (…) het geld geteld. We kwamen uit op 1780 euro.” [2]
V: Bent u de eigenaar van cateringbedrijf (…) wat gevestigd zit aan de [adres] te [vestigingsplaats] (…)?
Ze hebben [slachtoffer 1] naar het kantoor gebracht en ze gingen hem slaan voor mijn ogen. (…) Ik heb hun die 1800 euro gegeven.” [6]