Op 18 augustus 2017 heeft verdachte samen met anderen geprobeerd in te breken in een woning te Lelystad tijdens de nachtelijke uren, waarbij zij het slot van de voordeur forceerden, het raam vernielden en de bewoner herhaaldelijk telefonisch bedreigden met woorden als: “Als je niet open doet, maken we je af.”
De bewoner deed aangifte en verklaarde dat hij de inbrekers via een beveiligingscamera had waargenomen en dat zij meerdere sloten hadden geforceerd. Politieagenten zagen kort na de melding vier personen wegrennen van de plaats delict. Verdachte werd aangehouden in de nabijheid en herkend door een getuige, waarbij in zijn jas een schroevendraaier werd gevonden die overeenkomt met braaksporen aan de woning.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte samen met anderen de poging tot diefstal met bedreiging en braak heeft gepleegd. De verdediging voerde onder meer aan dat de wederrechtelijkheid ontbrak vanwege een mogelijke rechtmatige aanspraak op de hennepplantage in de woning, en dat het bewijs onvoldoende was, maar deze verweren werden verworpen.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden, met aftrek van het voorarrest, en verklaarde de schroevendraaier en handschoenen verbeurd. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onduidelijkheid over het aandeel in de schade.