Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
op 10 maart 2017 in Lelystad samen met anderen opzettelijk 553 hennepplanten heeft geteeld, bereid, bewerkt of verwerkt in een pand aan [adres];
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
Jij gaat mij aanvallen pik (…) Nee jij gaat mij niet slaan vriend wat denk je zelf (…) Je pakt mijn telefoon af (…) Hij slaat mij gewoon op mij bek en probeert mijn telefoon af te pakken.” [21]
5.BEWEZENVERKLARING
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
op 10 maart 2017 te Lelystad, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft bewerkt en verwerkt, in een pand aan [adres] een hoeveelheid hennep zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.
op 10 maart 2017 te Lelystad, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een telefoon, toebehorende aan [aangever 2], de telefoon van die [aangever 2] heeft vastgepakt en getracht die telefoon uit de hand van die [aangever 2] te trekken of rukken en daarbij die [aangever 2] eenmaal tegen het gezicht, heeft gestompt, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
2. primair (16/652299-17)
4. primair
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJEN
11.VORDERING TENUITVOERLEGGING
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
13.BESLISSING
Beslag
- wijst de vordering van [aangever 2] toe tot een bedrag van € 200, - (immateriële schade);
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [aangever 2] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 maart 2017 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [aangever 2] wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangever 2] aan de Staat € 200, - te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 maart 2017 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 4 dagen hechtenis;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;