Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.De beoordeling
- dat de ontvanger onrechtmatig heeft gehandeld
- en als dat niet opgaat dat de ontvanger zich ten koste van de boedel ongerechtvaardigd heeft verrijkt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Luc B.V. was eigenaar van een auto die zij via financial lease had verkregen. De Belastingdienst legde executoriaal beslag op de auto vanwege openstaande motorrijtuigenbelasting en andere belastingschulden. Na ontdekking dat de auto juridisch eigendom was van de leasemaatschappij, werd het beslag aan deze laatste overbetekend. De auto werd vervolgens verkocht en de opbrengst verdeeld over de motorrijtuigenbelasting, de leasemaatschappij en de failliete boedel.
De curator van Luc B.V. vorderde betaling van het bedrag dat de ontvanger had ingehouden, stellende dat de ontvanger onrechtmatig had gehandeld of zich ongerechtvaardigd had verrijkt ten koste van de boedel. De kantonrechter oordeelde dat de curator onvoldoende had toegelicht waarom de ontvanger onrechtmatig zou hebben gehandeld en waarom de boedel recht zou hebben op de opbrengst van de executoriale verkoop.
De auto was immers eigendom van de leasemaatschappij en viel niet in de faillissementsboedel. De curator kon dan ook niet aannemelijk maken dat de boedel door de verkoop was benadeeld. De vordering werd daarom afgewezen en de curator werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden gesteld omdat de ontvanger zonder gemachtigde procedeerde.
Uitkomst: De vordering van de curator wordt afgewezen omdat de auto niet tot de faillissementsboedel behoorde.