Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 juli 2018 in de zaak tussen
Bouwbedrijf Bejaco B.V., te Benschop, eiseres
[derde-partij], te [woonplaats].
Rechtbank Midden-Nederland
Bouwbedrijf Bejaco B.V. is door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) verplicht gesteld het loon van een werknemer door te betalen tot diens pensioengerechtigde leeftijd, vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen in spoor 2. De werknemer was uitgevallen wegens medische klachten en bereikte de AOW-leeftijd in juni 2017.
De werkgever had in het eerste ziektejaar voldoende re-integratiepogingen ondernomen, maar vanaf februari 2016 tot juni 2016 was de werknemer niet belastbaar. Vanaf juli 2016 tot oktober 2016 heeft de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen verricht in spoor 2, mede doordat onderhandelingen over een vaststellingsovereenkomst liepen. De rechtbank oordeelt dat deze onderhandelingen de werkgever niet hadden mogen weerhouden om het verplichte spoor 2 traject te starten.
De werkgever stelde dat de werknemer toestemming had gegeven om af te zien van spoor 2 vanwege zijn naderende AOW-leeftijd, maar de rechtbank vindt dat uit de brief van de werknemer geen expliciete toestemming blijkt. Omdat het afzien van spoor 2 een ingrijpende beslissing is, is expliciete instemming vereist. De loonsanctie is daarom terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever wordt ongegrond verklaard en de loonsanctie blijft gehandhaafd.