Uitspraak
1.De procedure
- het wrakingsverzoek van 26 juni 2018;
- het proces-verbaal van de zitting van 26 juni 2018;
- de reactie op het wrakingsverzoek van mr. J.M. van Wegen van 5 juli 2018.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. J.M. van Wegen en eventuele vervangers in een civiele procedure, stellende dat de rechter partijdig zou zijn en dat zijn verzoeken om onderzoek naar smaad, antisemitisme en valsheid in geschrifte door Stichting Dudok Wonen niet werden behandeld.
De rechter berustte niet in het wrakingsverzoek en gaf aan niet bekend te zijn met de verzoeken van verzoeker. Ook wees zij erop dat het niet aan de rechtbank is om vooronderzoek te doen en dat verzoeker niet was verschenen op eerdere zittingen.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van de objectieve maatstaf of er sprake is van een gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. De kamer concludeerde dat verzoeker zijn stellingen niet heeft onderbouwd en dat er geen aanwijzingen zijn voor persoonlijke vooringenomenheid van de rechter.
Ook werd geoordeeld dat de procesbeslissing omtrent de dag- en tijdbepaling van de zitting geen grond voor wraking vormt. Het verzoek tot wraking werd daarom ongegrond verklaard en de procedure werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.