ECLI:NL:RBMNE:2018:3632
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek machtiging tot verwerping nalatenschap namens ongeboren kind
Verzoekers, de ouders van een minderjarig kind dat op het moment van overlijden van de erflater nog ongeboren was, verzochten de kantonrechter om machtiging tot verwerping van de nalatenschap namens hun kind. De nalatenschap was toegekomen op het kind op grond van het Burgerlijk Wetboek, waarbij een ongeboren kind als reeds geboren wordt aangemerkt indien zijn belang dit vereist.
De wettelijke termijn voor het afleggen van een verklaring van beneficiaire aanvaarding of verwerping is drie maanden vanaf het moment dat de nalatenschap toekomt. In deze zaak was de nalatenschap toegekomen op het kind op 18 februari 2010, maar het verzoek tot machtiging werd pas op 10 juli 2018 ingediend, ruim na het verstrijken van de termijn.
De kantonrechter oordeelde dat de nalatenschap daarom als beneficiair aanvaard geldt en dat de machtiging tot verwerping niet kan worden verleend. Tevens werd bepaald dat de beneficiaire aanvaarding door de griffier in het boedelregister wordt aangetekend. Het verzoek werd derhalve afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging tot verwerping van de nalatenschap namens het ongeboren kind wordt afgewezen en de beneficiaire aanvaarding wordt aangetekend.