ECLI:NL:RBMNE:2018:3647

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 augustus 2018
Publicatiedatum
31 juli 2018
Zaaknummer
6545932 UC EXPL 17-15928
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugvordering PGB en afwijzing buitengerechtelijke incassokosten door zorgkantoor

De zaak betreft een terugvordering van een persoonsgebonden budget (PGB) door Zilveren Kruis Zorgkantoor van gedaagde, die als kind uit huis geplaatst was en voor wie de William Schrikker Stichting en later een bewindvoerder het PGB beheerden. Door fouten in de verantwoording over de eerste drie maanden van 2014 vorderde Zilveren Kruis aanvankelijk ruim € 6.000 terug. Na dagvaarding zijn alsnog juiste stukken ingediend, waarop Zilveren Kruis de hoofdsom aanzienlijk heeft verminderd en nu € 89,31 plus rente en buitengerechtelijke incassokosten vordert.

De kantonrechter erkent dat gedaagde formeel de rechthebbende is, maar feitelijk niet zelf verantwoordelijk was voor het beheer en de verantwoording van het PGB. De rechter benadrukt dat het zorgkantoor enige extra inspanning mag verrichten om problemen bij verantwoording te voorkomen, zeker gezien de kwetsbare positie van de ontvangers. Desondanks wordt geoordeeld dat de buitengerechtelijke incassokosten onvoldoende zijn onderbouwd en daarom worden afgewezen.

De rechter veroordeelt gedaagde tot betaling van € 89,31 met wettelijke rente vanaf 14 november 2017, compenseert de proceskosten zodat elke partij haar eigen kosten draagt, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 89,31 met rente, incassokosten worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 6545932 UC EXPL 17-15928 nig/1449
Vonnis van 1 augustus 2018
inzake
de naamloze vennootschap
Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V.,
gevestigd in Utrecht,
verder ook te noemen Zilveren Kruis,
eisende partij,
gemachtigde: GGN Mastering Credit N.V.,
tegen:
[gedaagde],
wonend in [woonplaats] ,
verder ook te noemen [gedaagde] ,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. J.J. van Ewijk.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;
- de akte van Zilveren Kruis.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
[gedaagde] (geboren in 1994) is als kind uit huis geplaatst. De William Schrikker Stichting, die belast was met de voogdij (of gezinsvoogdij), heeft bij Zilveren Kruis een PGB aangevraagd voor verblijf op [naam zorgboerderij] in [vestigingsplaats] . De verantwoording van het PGB verliep via de William Schrikker Stichting, en later via een bewindvoerder. Voor de eerste drie maanden van 2014 is dat mis gegaan. Zilveren Kruis heeft daarom het PGB teruggevorderd, in totaal ruim € 6.000. Na de dagvaarding in deze procedure zijn alsnog de juiste verantwoordingsstukken ingediend. Zilveren Kruis heeft die (uit coulance) alsnog beoordeeld en de hoofdsom verminderd. Zij vordert nu van [gedaagde] (het bewind is inmiddels opgeheven) € 89,31 met rente, € 823,83 aan buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
2.2.
Een lastige kant van deze zaak is dat PGB’s worden aangevraagd door en voor mensen die zorg nodig hebben. Soms is die zorg nodig vanwege beperkingen die het iemand ook onmogelijk maken om het PGB zelf goed te beheren. Het PGB moet dan beheerd worden door anderen, die fouten kunnen maken. Wanneer dat mis gaat, door een fout of door een wisseling van beheerder, draait de persoon die de zorg nodig heeft, daarvoor op. Formeel is dat juist: die moet dan degene die het PGB beheerd heeft maar aanspreken op de schade. Maar het is niet gezegd dat hij dat kan, en ook niet dat het tot resultaat leidt.
2.3.
Ook in dit geval is het zo dat [gedaagde] zelf formeel de aanvrager van het PGB was, maar dat zij dat feitelijk niet zelf geregeld heeft. Zij was ook niet degene die voor de verantwoording had moeten zorgen: dat was haar bewindvoerder. Zij is wel formeel de rechthebbende van het PGB, en als dat niet volledig verantwoord is, is zij degene die dat zal moeten terugbetalen, in dit geval: € 89,31. Een andere beslissing is helaas niet mogelijk.
2.4.
Intussen is het wel zo dat Zilveren Kruis in de positie is om dergelijke problemen deels te voorkomen. Zij heeft de mogelijkheid om in een situatie als deze, wanneer de verantwoording niet binnen komt, wat extra moeite te doen om bijvoorbeeld in het dossier te zoeken naar (andere) contactpersonen en om mensen niet alleen met een brief maar misschien ook telefonisch te benaderen. Tot op zekere hoogte mag dat ook van haar verwacht worden. Uiteraard ligt de verantwoordelijkheid primair bij de ontvanger van het PGB, maar bij die ontvangers zijn veel kwetsbare mensen, die voor een deel juist ook administratief hulp nodig zullen hebben. Dat [gedaagde] tot die groep behoort, of zou kunnen behoren, kon Zilveren Kruis afleiden uit de bemoeienis van eerst de William Schrikker Stichting en later een bewindvoerder.
2.5.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen. In de dagvaarding zijn die alleen onderbouwd met een verwijzing naar een ‘14-dagenbrief’, die overigens in de dagvaarding zelf is opgenomen. Dat klopt al niet, omdat die regeling van toepassing is bij vorderingen die gebaseerd zijn op een overeenkomst, terwijl het hier gaat om terugvordering van een onverschuldigde betaling. Dan moet worden gespecificeerd en onderbouwd dat die kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. Bij repliek verwijst Zilveren Kruis naar sommatiebrieven (die de kantonrechter niet heeft aangetroffen) en naar enkele telefoongesprekken. Dit is in deze omstandigheden onvoldoende om te onderbouwen dat er inderdaad kosten zijn gemaakt die voor een afzonderlijke vergoeding in aanmerking komen.
2.6.
Omdat van de verminderde vordering het grootste deel wordt afgewezen, zullen de kosten gecompenseerd worden. Dat wil zeggen dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis € 89,31 te betalen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 november 2017 tot de voldoening;
compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. The-Kouwenhoven, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2018.