Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- namens verzoekster de heer [A], directeur, en haar gemachtigde ,
- mr. J.M. Willems,
- mr. J.B. de Bruijn, de advocaat van derde-belanghebbende Mercedez-Benz Financial Services Nederland B.V..
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster, een besloten vennootschap, diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die haar zaken behandelde, met het verwijt van vooringenomenheid en het niet kennen van het dossier. Het verzoek was gebaseerd op diverse gedragingen van de kantonrechter tijdens een comparitie, waaronder het ondervragen van een partij zonder aanwezigheid van de gemachtigde en het voortijdig sluiten van het onderzoek.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek te laat was ingediend. Verzoekster had gewacht op het proces-verbaal van de zitting, maar de feiten waarop het verzoek was gebaseerd waren reeds tijdens of kort na de zitting bekend. Hierdoor was het verzoek niet tijdig ingediend conform artikel 37 lid 1 Rv Pro.
De wrakingskamer verklaarde verzoekster niet-ontvankelijk en bepaalde dat de procedures voortgezet worden in de stand waarin zij zich bevonden voor de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening.