Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] .
Rechtbank Midden-Nederland
De moeder verzocht de rechtbank om te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van haar dochter bij haar komt te liggen en om een zorgregeling vast te stellen, evenals om vervangende toestemming voor inschrijving op een basisschool in Apeldoorn. De moeder stelde dat een verhuizing in het belang van het kind zou zijn vanwege een sociaal veiligere omgeving, een betere school en minder autovervoer.
De vader verzette zich tegen deze verzoeken en wilde de huidige situatie handhaven, waarbij het kind in het dorp bij hem woont, naar school gaat in Zeist en regelmatig bij de moeder verblijft. De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 1:253a BW het belang van het kind leidend is en dat praktische haalbaarheid meegewogen moet worden.
Hoewel beide ouders zowel sterke als zwakke punten hebben, biedt de huidige situatie een voldoende veilige opvoedsituatie. Het kind is bedeesd en vindt het moeilijk contact te leggen met leeftijdsgenoten, waardoor een verhuizing en schoolwissel extra belastend zou zijn. De rechtbank achtte de argumenten van de moeder onvoldoende om de grote impact van de verhuizing te rechtvaardigen.
De rechtbank adviseerde de ouders om gezamenlijk vooruit te kijken naar de middelbare schoolperiode van het kind, die over twee jaar begint, en de rol van ouders meer als coach te zien. Het verzoek van de moeder werd dan ook afgewezen.
Uitkomst: Verzoeken van de moeder tot wijziging hoofdverblijfplaats en schoolwijziging worden afgewezen.