Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 18 juli 2018;
- de mondelinge behandeling van 1 augustus 2018, waarvan de griffier aantekening heeft gehouden.
Rechtbank Midden-Nederland
De vader, als enige huurder van een appartement, verzoekt de rechtbank zijn zoon te veroordelen tot ontruiming van de woning. De zoon woont sinds zijn geboorte in 1990 bij zijn vader, maar de relatie is slecht en leidde tot een huisverbod voor de vader na een geweldsincident. Sindsdien woont de zoon alleen in de woning, terwijl de vader tijdelijk in de garage verblijft.
De vader stelt dat de zoon geen recht of titel heeft om in de woning te verblijven omdat hij nooit medehuurder is geworden en dat hij wil terugkeren naar zijn woning. De zoon betwist dit en voert aan dat hij rechtmatig verblijft vanwege zijn levenslange bewoning en dat een belangenafweging moet plaatsvinden. Tevens vraagt hij een redelijke termijn van drie maanden om de woning te verlaten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang voldoende is gegeven, omdat de vader als huurder niet in zijn woning kan verblijven. De zoon heeft geen recht meer om te blijven nu de vader niet langer toestemming geeft. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen om vervangende woonruimte te zoeken, wat redelijk wordt geacht gezien de omstandigheden. De gevorderde dwangsom en machtiging politiehulp worden afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De zoon wordt veroordeeld de woning binnen veertien dagen te ontruimen.