Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: ING Bank.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster, een jonge vrouw met een schuld van €16.186,62, diende een verzoek in tot vaststelling van een dwangakkoord en toelating tot de schuldsaneringsregeling. Het dwangakkoord voorzag in een aflossing van circa 8,77% over 36 maanden, maar ING Bank, schuldeiser met 17,56% van de schuld, stemde niet in.
De rechtbank oordeelde dat het aanbod niet het maximaal haalbare was omdat verzoekster slechts parttime werkte en een opleiding volgde, terwijl zij in staat was fulltime te werken. De voordelen van een toekomstige fulltime baan na afronding van de opleiding zouden pas na anderhalf jaar zichtbaar zijn, terwijl van haar verwacht wordt zich gedurende de regeling maximaal in te spannen.
Daarnaast werd het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling afgewezen omdat verzoekster niet aannemelijk maakte dat zij zich aan de verplichtingen zou houden. Het volgen van een opleiding die samenvalt met een arbeidsovereenkomst staat een correcte nakoming van de sollicitatieplicht voor voltijds werk in de weg.
De rechtbank concludeerde dat het belang van de schuldeisers, waaronder ING Bank, zwaarder weegt dan dat van verzoekster en dat een oplossing voor haar schulden beter op een later moment kan worden gezocht, bijvoorbeeld na afronding van haar opleiding en het verkrijgen van een fulltime baan.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord en toelating schuldsaneringsregeling afgewezen wegens onvoldoende inspanning en parttime werk.