ECLI:NL:RBMNE:2018:4128
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard wrakingsverzoek tegen rechters in strafzaak verkeersongeval
In deze zaak heeft verzoeker, bestuurder betrokken bij een dodelijk verkeersongeval, een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters van de meervoudige strafkamer die de zaak behandelden. Het wrakingsverzoek richtte zich op de motivering van de afwijzing van getuigenverzoeken en nader onderzoek, waarbij verzoeker stelde dat de rechtbank vooringenomen was door gebruik te maken van een verkeersongevallenanalyse die hij betwistte.
De rechtbank had meerdere getuigenverzoeken en verzoeken tot nader onderzoek afgewezen, met uitzondering van onderzoek naar alcohol- en drugsgebruik door de buschauffeur. De afwijzingen werden gemotiveerd met verwijzing naar bestaande verklaringen, het ontbreken van camerabeelden en de inhoud van het dossier. Verzoeker betoogde dat de rechtbank niet openstond voor nieuwe informatie en daardoor vooringenomen was.
De wrakingskamer heeft onderzocht of er sprake was van persoonlijke vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigd vermoeden daarvan. Zij oordeelde dat de beslissingen van de rechters procesbeslissingen zijn die inhoudelijk niet door haar kunnen worden getoetst, tenzij deze onbegrijpelijk zijn en duiden op vooringenomenheid. Dit was niet het geval. De wrakingskamer concludeerde dat de rechters niet partijdig waren en verklaarde het wrakingsverzoek ongegrond.
De procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij de schorsing wegens het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.