ECLI:NL:RBMNE:2018:4178
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing op wrakingsverzoek tegen rechter in civiele bodemprocedure
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de civiele bodemprocedure met zaaknummer 6801384 MV EXPL 18-54 behandelt. Het verzoek is gebaseerd op vermeende nalatigheid, onzorgvuldigheid en schending van rechten, waarbij wordt gesteld dat de rechtbank meewerkt aan het niet boven tafel krijgen van feiten.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de criteria voor rechterlijke onpartijdigheid. De kamer constateert dat dit het tweede wrakingsverzoek van verzoeker is met dezelfde grondslag als het eerste verzoek. Omdat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die na het eerste verzoek bekend zijn geworden, wordt het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De wrakingskamer ziet geen aanleiding voor een mondelinge behandeling en bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen om misbruik van het wrakingsmiddel te voorkomen. De procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker worden niet in behandeling genomen.