Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[eiser sub 1] ,
2.[eiser sub 2] ,
1.De feiten
2.Het geschil
3.De beoordeling
- griffierecht € 78,00
- salaris gemachtigde €
600,00Totaal € 777,21
Rechtbank Midden-Nederland
De huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte, aangegaan op 1 oktober 2009 voor vijf jaar en stilzwijgend verlengd, werd door eiser sub 1 c.s. op 8 september 2016 rechtsgeldig opgezegd met ingang van 1 oktober 2017. Gedaagde betwistte de rechtsgeldigheid van de opzegging en stelde dat er geen goede grond tot opzegging was.
De kantonrechter oordeelde dat de opzegging vormvrij is en dat gedaagde de opzegging heeft ontvangen en begrepen, ondanks zijn weigering deze te accepteren. De opzegging voldoet aan de wettelijke termijn van artikel 228 BW Pro. Gedaagde maakte geen gebruik van de ontruimingsbescherming op grond van artikel 230a BW, waardoor de ontruiming per 1 oktober 2017 rechtsgeldig is aangezegd.
De kantonrechter achtte het aannemelijk dat in een bodemprocedure de ontruimingsvordering zou worden toegewezen en veroordeelde gedaagde tot ontruiming binnen vier weken na betekening van het vonnis. Een dwangsom werd afgewezen wegens gebrek aan belang. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot ontruiming van de bedrijfsruimte binnen vier weken na betekening van het vonnis.