ECLI:NL:RBMNE:2018:441
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking kantonrechter wegens vermeende partijdigheid afgewezen
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. C. Wallis, kantonrechter in een arbeidsgeschil, wegens vermeende schijn van partijdigheid tijdens een mondelinge behandeling in een kort geding. Verzoeker stelde dat de kantonrechter bevooroordeeld was door zijn houding, het geven van ruimte aan de advocaat van de tegenpartij en het niet betrekken van verzoeker in de zitting.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 36 Rv Pro en artikel 6 EVRM Pro, waarbij onpartijdigheid van de rechter wordt vermoed tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel bewijzen. De kamer concludeerde dat de omstandigheden, zoals de aanwezigheid van de tegenpartij in de zittingszaal en de positie van de tolk, geen objectieve grond voor vooringenomenheid vormen.
Ook de wijze van zittingsleiding en de opmerkingen van de kantonrechter werden niet als onpartijdig of bevooroordeeld beoordeeld. De kamer benadrukte dat de informele en onderzoekende procesvoering gebruikelijk is en dat verzoeker met de toelichting van de kantonrechter tijdens de wrakingszitting tevreden was.
Daarom verklaarde de wrakingskamer het wrakingsverzoek ongegrond en bepaalde dat de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij schorsing. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.