Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57 van het Wetboek van Strafrecht en
- 6, 8, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994;
11.BESLISSING
gevangenisstrafvan
4 maanden;
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden
algemene voorwaardeniet heeft nageleefd;
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast.
taakstraf van 240 uren;
ontzegtverdachte ter zake van het onder 1 primair ten laste gelegde en bewezen verklaarde
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 jaar;
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzijde rechter later anders gelast;
proeftijdvan
2 (twee)jaren vast.
- wijstde vordering van [vader slachtoffer]
toetot een bedrag van
€ 3.350,-; - veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [vader slachtoffer], vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 september 2013 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [vader slachtoffer] voor wat betreft het
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.