Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 september 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de gemeente Woerden, te Woerden, vergunninghouder
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een watervergunning die is verleend voor het aanleggen van een tijdelijke dam met duiker naast zijn perceel in het kader van de reconstructie van een woonwijk. Hij stelt dat het besluit onrechtmatig is omdat verweerder zonder voldoende motivering is afgeweken van artikel 7 van Pro de beleidsregels van het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de toetsingscriteria uit de beleidsregels, met name artikel 7. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om in bijzondere omstandigheden af te wijken van de hoofdregel dat slechts één dam met duiker per perceel is toegestaan. Ook is het niet onrechtmatig dat geen compensatieplicht is opgelegd, omdat het verlies aan bergend vermogen door de tijdelijke dammen verwaarloosbaar is.
Verder is vastgesteld dat de opstuwing van het water door de dammen zeer gering is en dat de dammen in een tertiaire watergang worden geplaatst, waardoor bepaalde toetsingscriteria niet van toepassing zijn. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit niet in strijd is met de beleidsregels, het Waterbeheerplan Waterkoers 2016-2021 of andere relevante beleidsstukken.
Omdat het besluit niet onrechtmatig is, is er geen grond voor schadevergoeding. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de watervergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.