ECLI:NL:RBMNE:2018:4765
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak belaging wegens contact zoeken om omgangsrecht uit te oefenen
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van belaging jegens een vrouw in de periode van 10 februari tot en met 28 maart 2018 in Almere. De vrouw had aangifte gedaan omdat zij dacht dat er een contactverbod bestond, wat niet het geval was. Verdachte gaf toe contact te hebben gezocht, met name om zijn dochter te kunnen zien.
Tijdens de terechtzittingen op 23 juli en 18 september 2018 werd vastgesteld dat verdachte gedurende anderhalve maand ruim dertig keer contact probeerde te leggen, onder meer via e-mail, telefoon en via familieleden van de vrouw. De rechtbank oordeelde dat het aantal en de aard van de contacten, gezien de context en het ontbreken van een contactverbod, niet voldoende waren om te spreken van belaging.
De rechtbank concludeerde dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer niet stelselmatig was en sprak verdachte vrij. Hiermee werd het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen geacht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer onder leiding van voorzitter J.F. Haeck.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van belaging wegens het ontbreken van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer.