ECLI:NL:RBMNE:2018:4960
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- S.C. Hagedoorn
- C.A. de Beaufort
- L.P. de Haas
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter wegens afwijzing uitstel comparitie afgewezen
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die op 29 augustus 2018 haar verzoek tot uitstel van een comparitie van partijen op 11 september 2018 heeft afgewezen. Verzoekster stelde dat de afwijzing onbegrijpelijk was en dat het ontbreken van een concrete motivering een gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid opleverde.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 Rv Pro en het beginsel van rechterlijke onpartijdigheid. De kamer benadrukte dat een rechter geacht wordt onpartijdig te zijn totdat het tegendeel is bewezen en dat een tussenbeslissing, zoals een afwijzing van een uitstelverzoek, op zichzelf geen grond voor wraking kan zijn.
Ook de motivering van een tussenbeslissing kan slechts in uitzonderlijke gevallen aanleiding geven tot wraking, namelijk wanneer deze motivering objectief niet anders kan worden uitgelegd dan als blijk van vooringenomenheid. In dit geval was daarvan geen sprake. De wrakingskamer verklaarde het verzoek dan ook ongegrond en bepaalde dat de procedure in de oorspronkelijke stand wordt voortgezet.
De beslissing is genomen door de meervoudige wrakingskamer van Rechtbank Midden-Nederland en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter die het uitstelverzoek afwees is ongegrond verklaard.