ECLI:NL:RBMNE:2018:4980
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- S.C. Hagedoorn
- C.A. de Beaufort
- L.P. de Haas
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring wrakingsverzoek tegen rechter in zaak kinderbescherming
In deze zaak heeft verzoeker tijdens een zitting op 21 september 2018 een verzoek tot wraking van de rechter ingediend. Het verzoek richtte zich tegen de behandelend rechter in een zaak over het onder toezicht stellen van drie kinderen. Verzoeker stelde dat de rechter de schijn van partijdigheid had gewekt omdat zij voorafgaand aan de zitting niet op de hoogte was van een faxbericht met bewijs van vertrek van de zoon naar Tunesië, de rechter de vraag over rechtsmacht niet beantwoordde en zij zonder juridische grond luisterde naar de wens van de Raad voor de Kinderbescherming.
De wrakingskamer heeft het verzoek op 28 september 2018 behandeld, waarbij verzoeker en de gewraakte rechter niet verschenen. De kamer heeft geoordeeld dat het niet vooraf ontvangen van stukken geen grond is voor partijdigheid, dat het verzoeker was toegestaan bewijs te leveren om de rechtsmacht te bepalen en dat het luisteren naar alle partijen een verplichting van de rechter is. Er was geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek tot wraking ongegrond en bepaalde dat de procedure in de oorspronkelijke stand wordt voortgezet. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.