ECLI:NL:RBMNE:2018:4984
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- S.C. Hagedoorn
- C.A. de Beaufort
- L.P. de Haas
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende onpartijdigheid afgewezen wegens niet-tijdigheid en misbruik
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in een civiele zaak, met vier gronden waaronder te late ontvangst van stukken en vermeende onzorgvuldige behandeling tijdens een zitting.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek en stelde vast dat het verzoek pas 21 dagen na de zitting werd ingediend, terwijl de feiten waarop het verzoek was gebaseerd tijdens die zitting reeds bekend waren. Dit leidt tot kennelijke niet-ontvankelijkheid volgens artikel 37 lid 1 Rv Pro.
Daarnaast wees de kamer op het feit dat de dochter van verzoeker, die ook partij was, op dezelfde gronden al eerder een wrakingsverzoek had ingediend, wat duidt op misbruik van het wrakingsmiddel door verzoeker.
De wrakingskamer besloot daarom het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, een mondelinge behandeling achterwege te laten en te bepalen dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker niet in behandeling wordt genomen. De procedure wordt voortgezet zonder schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en de procedure wordt voortgezet zonder schorsing.