Eiser opende in 2007 een betaalrekening bij SNS Bank (thans De Volksbank) met een kredietlimiet van € 6.200. In 2017 wijzigde de bank de voorwaarden, waarbij eiser het saldo moest aanzuiveren tot -€ 2.500 en het saldo per kwartaal positief moest zijn. Eiser had een ongeoorloofde roodstand gedurende 11 maanden en betaalde de vordering uiteindelijk in juni 2018 volledig af.
De Volksbank registreerde de betalingsachterstand bij het BKR met een achterstandscodering en een bijzonderheidscode. Eiser verzocht om verwijdering van deze meldingen, stellende dat dit zijn hypotheekmogelijkheden belemmert en dat zijn financiële situatie stabiel is. De bank weigerde dit en voerde aan dat de registratie rechtmatig was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de procedure tijdig was gestart en dat het spoedeisend belang voldoende was onderbouwd. De registratie was gerechtvaardigd vanwege de langdurige ongeoorloofde roodstand en de bank was verplicht tot registratie op grond van de Wet financieel toezicht. De belangenafweging leidde tot het oordeel dat handhaving van de registratie proportioneel en subsidiariteit was gewaarborgd.
De vordering tot verwijdering van de achterstand- en herstelmelding werd afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten van De Volksbank ter hoogte van € 1.442. Het vonnis werd gewezen door mr. P. Dondorp en op 3 oktober 2018 openbaar uitgesproken.