ECLI:NL:RBMNE:2018:5042
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-melding vermogen en schenking
Eiser ontving bijstand vanaf september 2008 en heeft samen met een partner in 2015 een gezamenlijke bijstandsuitkering aangevraagd. Verweerder stelde vast dat eiser in de periode van 2008 tot mei 2014 eigenaar was van een stuk grond met daarop een woning, die niet was gemeld bij de bijstandsaanvraag. Ook de schenking van deze grond en woning aan zijn vader in mei 2014 werd niet gemeld bij de latere aanvraag. Hierdoor heeft eiser zijn inlichtingenplicht geschonden.
De rechtbank oordeelt dat de grond en woning tot het vermogen van eiser behoorden en dat het niet melden daarvan een schending van de inlichtingenplicht vormt. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij recht op bijstand zou hebben gehad als hij wel aan deze plicht had voldaan, mede omdat hij niet inzichtelijk maakte hoe de aankoop en bouw waren gefinancierd en hoe hij in zijn levensonderhoud voorzag.
Verweerder was daarom terecht gehouden om de bijstand in te trekken en de ten onrechte ontvangen bedragen terug te vorderen. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht.