Derde-partij vroeg toestemming voor compensatie van de herplantplicht vanwege het verdwijnen van houtopstand voor de uitbreiding van een bedrijventerrein en de ontwikkeling van een woonwijk. Verweerder stelde de te compenseren oppervlakte bos vast op 6 hectare, gebaseerd op het bestemmingsplan en de oppervlakte van de voormalige camping, waarbij open plekken en voormalige staanplaatsen buiten beschouwing werden gelaten.
Eiseres betoogde dat open plekken en voormalige staanplaatsen wel moesten worden meegerekend en dat een toeslag van 0,7 per hectare boscompensatie toegepast had moeten worden volgens de Beleidsregels natuur en landschap provincie Utrecht 2017. De rechtbank oordeelde dat de berekening van verweerder juist was en dat de één-op-één compensatie het uitgangspunt is, waarbij een toeslag alleen aan de orde is indien de herplant niet bosbouwkundig verantwoord is.
De rechtbank stelde vast dat de beoogde herplanting voldoet aan de vereisten van een bosbouwkundig verantwoorde herplanting, met een variatie aan houtopstanden en zonder bijzondere natuurwaarde van het gevelde bos. Het beroep op het kapverbod voor waardevolle boskernen werd niet inhoudelijk behandeld omdat het bestreden besluit alleen over compensatie ging.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.