ECLI:NL:RBMNE:2018:5161

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 oktober 2018
Publicatiedatum
24 oktober 2018
Zaaknummer
652645-18
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van bedreigingen in Almere

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 12 oktober 2018 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van twee bedreigingen jegens een slachtoffer en haar kinderen in Almere.

De officier van justitie stelde dat de bedreigingen wettig en overtuigend bewezen konden worden op basis van verklaringen van het slachtoffer, getuigen en politiegegevens. De verdediging betoogde dat het bewijs onvoldoende was en slechts gebaseerd op één bron.

De rechtbank constateerde een tumultueuze relatie tussen verdachte en het slachtoffer met mogelijke overschrijding van fatsoensnormen en strafrechtelijke grenzen. Echter, het bewijs was niet ondubbelzinnig en de verklaringen van het slachtoffer werden gemotiveerd betwist zonder voldoende ondersteunend bewijs.

Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde bedreigingen. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer en uitgesproken op de openbare terechtzitting.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van twee bedreigingen wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16.652645-18 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 12 oktober 2018
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats] (Marokko),
thans uit anderen hoofde gedetineerd in de [verblijfplaats] in [plaatsnaam] .

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 september 2018.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. P.E.F. Poppe en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. J.G.D. Rutten, advocaat te Almere, naar voren hebben gebracht.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1:
in de periode van 1 februari 2018 tot en met 24 mei 2018 te Almere meermalen [slachtoffer] heeft bedreigd;
feit 2:
op 19 mei 2018 te Almere [slachtoffer] en haar kinderen heeft bedreigd.

3.VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.VRIJSPRAAK

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht beide ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen. Zij heeft hiertoe betoogd dat verdachte heeft verklaard op de plaats van het delict aanwezig te zijn geweest en dat er geen reden is om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de inhoud van de verklaringen van aangeefster, de overige getuigenverklaringen, mede bezien in het licht van de meldingen en mutaties die zijn geregistreerd door de politie.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het al ten laste gelegde, wegens het ontbreken van toereikend wettig bewijs. Hij heeft hiertoe in de kern aangevoerd dat bij alle vermeende bedreigingen sprake is van slechts één bron waarop de tenlastelegging is gestoeld.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de inhoud van het dossier wél ondubbelzinnig blijk geeft van een tumultueuze stapeling van contacten die tussen aangeefster en verdachte (hebben) bestaan. Daarnaast geeft het dossier sterke aanwijzingen dat verdachte in dat kader de grenzen van fatsoen en mogelijk ook die van het strafrecht heeft overschreden.
De rechtbank is daarentegen van oordeel dat daarmee niet is gegeven dat ook in de sleutel van strafrechtelijk bewijs ondubbelzinnig kan worden vastgesteld dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan. De verklaringen van aangeefster worden door de verdachte immers gemotiveerd betwist, terwijl voor die verklaringen inhoudelijk onvoldoende ondersteunend bewijs in het dossier voorhanden is. Daarom zal de rechtbank verdachte hebben vrij te spreken.

5.BESLISSING

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.K. Oosterling-van der Maarel, voorzitter, mrs. R. Veldhuisen en V.M.A. Sinnige, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.A.L. van Dreumel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 oktober 2018.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2018 tot en met 24 mei 2018 te Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] meermalen, in elk geval eenmaal, (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Als ik erachter kom dat er wel een man in het spel is dan ga ik hem en jou ook vermoorden. Ik heb 10 (tien) jaar gezeten en niet voor niks, ik heb 2 (twee) mensen vermoord." en/of - terwijl hij sloeg en/of schopte tegen/op de ramen en/of deur(en) van de door die [slachtoffer] bewoonde woning - "Als je niet open doet ga ik je vermoorden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
2.
hij op of omstreeks 19 mei 2018 te Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, (meermalen) [slachtoffer] en/of haar kinderen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of verkrachting en/of brandstichting, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd - al dan niet zakelijk weergegeven - "dat zij ( [slachtoffer] ) van hem (verdachte) was en dat als hij (verdachte) haar ( [slachtoffer] ) niet kreeg de dood haar ( [slachtoffer] ) zou krijgen" en/of "dat als zij ( [slachtoffer] ) een andere man zou hebben, hij (verdachte) haar ( [slachtoffer] 's) huis in de fik zou steken" en/of "dat als haar ( [slachtoffer] 's) kinderen hem (verdachte) in de weg zouden staan om haar ( [slachtoffer] ) te krijgen, hij (verdachte) hen ( [slachtoffer] 's kinderen) zou vermoorden" en/of "Als een leeuw een leeuwin wil en zij heeft kinderen, dan doodt hij eerst de kinderen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.