ECLI:NL:RBMNE:2018:5161
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.K. Oosterling-van der Maarel
- R. Veldhuisen
- V.M.A. Sinnige
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van bedreigingen in Almere
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 12 oktober 2018 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van twee bedreigingen jegens een slachtoffer en haar kinderen in Almere.
De officier van justitie stelde dat de bedreigingen wettig en overtuigend bewezen konden worden op basis van verklaringen van het slachtoffer, getuigen en politiegegevens. De verdediging betoogde dat het bewijs onvoldoende was en slechts gebaseerd op één bron.
De rechtbank constateerde een tumultueuze relatie tussen verdachte en het slachtoffer met mogelijke overschrijding van fatsoensnormen en strafrechtelijke grenzen. Echter, het bewijs was niet ondubbelzinnig en de verklaringen van het slachtoffer werden gemotiveerd betwist zonder voldoende ondersteunend bewijs.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde bedreigingen. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van twee bedreigingen wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.