Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding met producties,
- de brief van Amerpoort met producties,
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van Amerpoort.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Midden-Nederland
De eiser, broer van de overleden cliënt [A], vordert in kort geding afgifte van het medisch dossier van [A] om een procedure tot nietigverklaring van haar testament voor te bereiden. [A] verbleef sinds jonge leeftijd in een instelling en woonde vanaf 2010 in een woonvoorziening van de Stichting Amerpoort.
De kantonrechter stelde het vermogen van [A] onder bewind en benoemde een bewindvoerder, die later ook tot erfgenaam werd benoemd in het testament van [A]. Na overlijden van [A] vordert eiser inzage in het medisch dossier, maar Amerpoort stelt dat zij dit dossier niet bezit en beroept zich op de geheimhoudingsplicht volgens artikel 7:457 BW Pro.
De rechtbank oordeelt dat afgifte feitelijk onmogelijk is omdat het dossier bij de huisarts ligt. Daarnaast is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiser een zwaarwegend belang heeft om de geheimhoudingsplicht te doorbreken. De informatie van de notaris en Amerpoort tonen aan dat [A] ten tijde van het testament wilsbekwaam was. De vordering wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot afgifte van het medisch dossier wordt afgewezen wegens ontbreken van het dossier bij Amerpoort en onvoldoende concrete aanwijzingen voor doorbreking van de geheimhoudingsplicht.