ECLI:NL:RBMNE:2018:5271
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak wrakingskamer
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de wrakingskamer nadat deze reeds een einduitspraak had gedaan in een eerder wrakingsverzoek van dezelfde verzoeker. De wrakingskamer bestond uit drie rechters die op 14 september 2018 het eerste wrakingsverzoek niet-ontvankelijk hadden verklaard.
Volgens artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering kan een rechter worden gewraakt indien er gegronde vrees is voor vooringenomenheid. Dit doel vervalt echter zodra een rechter een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak dan is afgesloten. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om wraking te verzoeken van rechters die een einduitspraak hebben gedaan.
De wrakingskamer concludeerde dat het tweede wrakingsverzoek niet-ontvankelijk was omdat het werd ingediend nadat de kamer het eerste verzoek had afgewezen en daarmee de behandeling van dat verzoek was geëindigd. Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid werd afgezien van een mondelinge behandeling. De beslissing werd op 29 oktober 2018 in het openbaar uitgesproken en is onherroepelijk.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek omdat het verzoek na een einduitspraak werd ingediend.