ECLI:NL:RBMNE:2018:5386
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek minderjarige tot intrekking machtiging uithuisplaatsing
De minderjarige heeft verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing in te trekken, omdat haar oom en tante zich bereid hebben verklaard haar op te nemen. De kinderrechter beoordeelde de ontvankelijkheid van het verzoek en concludeerde dat het verzoek terecht bij de gecertificeerde instelling was ingediend.
De kinderrechter overwoog dat hoewel het wenselijk is een kind bij familie te plaatsen, in deze zaak de familieleden betrokken zijn bij het conflict dat aanleiding gaf tot de uithuisplaatsing. Er is sprake van een loyaliteitsconflict tussen de ouders en de familie, waardoor een neutrale plek noodzakelijk is voor de ontwikkeling van de minderjarige.
De gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming adviseerden plaatsing in een pleeggezin of een instelling, waarbij de tante niet als neutrale partij werd gezien. Gezien het ontbreken van een geschikt pleeggezin en de onrust binnen de familie, achtte de kinderrechter het belang van de minderjarige gediend met voortzetting van de uithuisplaatsing op een neutrale locatie.
Daarom wees de kinderrechter het verzoek tot intrekking van de machtiging uithuisplaatsing af.
Uitkomst: Het verzoek van de minderjarige tot intrekking van de machtiging uithuisplaatsing wordt afgewezen en de uithuisplaatsing wordt voortgezet.