In deze kort gedingprocedure vordert eiseres betaling van achterstallige huur en servicekosten, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woonruimte door gedaagde. Gedaagde is niet verschenen en verstek is verleend.
Eiseres heeft een huurachterstand van €5.500,00 tot en met oktober 2018, daarnaast vordert zij betaling van huur vanaf november 2018 tot ontruiming, vermeerderd met contractuele rente en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat eiseres spoedeisend belang heeft en kent de vorderingen tot betaling en ontruiming toe met een ontruimingstermijn van twee weken na betekening.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen omdat dit niet in kort geding kan worden gevorderd. De machtiging om zelf met de sterke arm te ontruimen wordt eveneens afgewezen omdat de wet hiervoor reeds een uitvoeringsmogelijkheid biedt. De gevorderde ontruimingskosten worden afgewezen omdat deze nog niet zijn gemaakt. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van €725,91.