ECLI:NL:RBMNE:2018:5436
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor uitkeringsfraude door verzwegen werkzaamheden in hennepkwekerij
De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor het plegen van uitkeringsfraude in de periode van 6 augustus 2015 tot en met 31 december 2015. Verdachte verrichtte werkzaamheden in een hennepkwekerij die in een slaapkamer van zijn woning was aangetroffen, maar meldde deze inkomsten niet aan de Sociale Dienst, waardoor hij onterecht bijstand ontving.
Het bewijs bestond uit verklaringen van verdachte, het aantreffen van de hennepkwekerij, en aangifte door de Sociale Dienst. Verdachte gaf toe meegeholpen te hebben en hiervoor een vergoeding te ontvangen. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk de benodigde gegevens niet verstrekte, in strijd met artikel 17 van Pro de Participatiewet.
Bij het opleggen van de straf hield de rechtbank rekening met de ernst van het feit, het misbruik van het sociale stelsel, het strafblad van verdachte en een rapport van Inforsa. Ondanks de ernst vond de rechtbank een taakstraf van 60 uur passend, lager dan de geëiste 110 uur, mede omdat er geen aanwijzingen waren voor financieel gewin en verdachte zich destijds in een kwetsbare positie bevond.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 60 uur, met een vervangende hechtenis van 30 dagen indien de taakstraf niet wordt uitgevoerd. Verdachte werd tevens vrijgesproken van andere tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur wegens uitkeringsfraude.