ECLI:NL:RBMNE:2018:5453
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Geen belanghebbende bij ambtshalve inschrijving op hetzelfde adres volgens Wet BRP
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om de vraag of eiser belanghebbende is bij het besluit van verweerder tot ambtshalve inschrijving van mevrouw A op een adres waar ook eiser staat ingeschreven.
Verweerder heeft mevrouw A ambtshalve ingeschreven op het adres op grond van artikel 2.4 Wet BRP. Eiser maakte bezwaar tegen deze inschrijving, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij volgens verweerder geen belanghebbende is. Eiser stelde dat hij wel belanghebbende is vanwege de belastende gevolgen die hij ondervindt, zoals bezoek van schuldeisers.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende bij een ambtshalve inschrijving uitsluitend de persoon is van wie de persoonslijst wordt gewijzigd, in dit geval mevrouw A. Het belang van eiser is een afgeleid belang en raakt hem niet rechtstreeks. Daarom is eiser niet-ontvankelijk in zijn beroep. De rechtbank verwijst naar de wettelijke definitie van betrokkene in artikel 2.58 Wet BRP en eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank wijst het beroep af wegens gebrek aan belang en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is mondeling gedaan op 30 oktober 2018.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen belanghebbende is bij de ambtshalve inschrijving van een ander op hetzelfde adres.