Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiser] , te [plaats] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden, verweerder
[derde-partij], te [plaats] , gemachtigde: mr. J.H. Hartman.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden om handhavend op te treden tegen de dichtzetting en overkapping tussen een hooimijt en schuur op een nabijgelegen perceel. Verweerder weigerde dit en verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank onderzocht of eiser als belanghebbende kon worden aangemerkt. Hoewel eiser vanaf zijn perceel een beperkt zicht heeft op de overkapping en regelmatig langs het perceel fietst, ontbrak het aan een voldoende eigen, persoonlijk en actueel belang dat zich onderscheidt van dat van andere weggebruikers. Het zicht vanuit de woning ontbrak geheel en de gevolgen voor woon- en leefsituatie werden als gering beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet-ontvankelijk is in zijn bezwaar tegen het primaire besluit en vernietigde het bestreden besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser. De uitspraak werd mondeling gedaan op 30 oktober 2018 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt gegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid als belanghebbende en het bestreden besluit wordt vernietigd.