Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.VRIJSPRAAK
5.WAARDERING VAN HET BEWIJS VAN DE OVERIGE FEITEN
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 30 januari 2018;
- het proces-verbaal van aangifte door J. [slachtoffer 1] , blad 1 t/m 3 en de bij dit proces-verbaal gevoegde foto’s van het letsel.
6.BEWEZENVERKLARING
7.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel.
diefstal.
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
8.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
9.OPLEGGING VAN DE MAATREGEL
- op 22 mei 2017 is verdachte door het gerechtshof veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig dagen (parketnummer 21/002618-16). Deze straf is volledig ten uitvoer gelegd.
- op 9 juni 2016 is verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken (parketnummer 16/014748-16), die volledig ten uitvoer is gelegd bij vonnis van 13 juni 2017.
- op 29 juni 2015 heeft verdachte een taakstraf van tachtig uren, waarvan veertig uren voorwaardelijk, opgelegd gekregen (parketnummer 16/064590-15). Zowel het onvoorwaardelijk als het voorwaardelijk deel zijn volledig ten uitvoer gelegd; het voorwaardelijk deel bij arrest van 22 mei 2017.
10.VORDERING TENUITVOERLEGGING
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
- legt aan verdachte op de maatregel tot
- gelast de tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van deze maatregel en beveelt het openbaar ministerie de rechtbank binnen één jaar na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel daarover te berichten;