Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 13 juni 2018
- de aantekeningen van de zitting op 21 september 2018
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
160 uur die als investering niet direct is gefactureerd, à € 10.400,- op pagina 9 van de dagvaarding niet (langer) aan de orde is. Voor die vordering ontbreekt een rechtsgrond.
Business Plan en Toekomst [naam 1] (Fase 2). Overigens erkent [gedaagde] dat na de emigratie van [A] wekelijks skype sessies plaatsvonden over het vormgeven van [naam 1] 2.0 (zie paragraaf 32 in de conclusie van antwoord).
- productie 10 bij dagvaarding; e-mail van [A] aan [B] van 20 april 2017 (
- productie 14 bij dagvaarding; e-mail van [A] aan [B] van 19 mei 2017 (
- productie 17 bij dagvaarding; e-mail van [B] aan [A] van 23 mei 2017 (
- productie 18 bij dagvaarding; e-mail van [A] aan [B] van diezelfde dag (
- productie 19 bij dagvaarding; e-mail van [B] aan [A] van 24 mei 2017 (
€ 0.00. Of [eiseres] de (al dan niet door haarzelf af te dragen) belasting op de juiste wijze heeft gespecificeerd doet niet af aan de verplichting van [gedaagde] om het overeengekomen factuurbedrag aan [eiseres] te betalen. Het beroep op verrekening is zo vaag gebleven dat de kantonrechter dit niet kan beoordelen. Dat betekent dat [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van het bedrag van € 1.000,-.
- € 9.000,- voor werkzaamheden tussen augustus 2016 en augustus 2017;
- € 1.000,- openstaande facturen van [naam 2] .
500,00(2 punten x tarief € 250,00)