De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 7 september 2018 een zaak betreffende de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf die was opgelegd bij een onherroepelijk vonnis van 21 mei 2012. De veroordeelde, geboren in 1972 in Marokko en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, hield zich niet aan de opgelegde bijzondere voorwaarden waaronder meldingsplicht bij de reclassering en klinische behandeling.
De reclassering rapporteerde meerdere keren dat de veroordeelde niet op afspraken verscheen en telefonisch niet meer bereikbaar was. Ondanks eerdere gedeeltelijke tenuitvoerleggingen van de voorwaardelijke straf, bleef de veroordeelde niet meewerken aan begeleiding en behandeling. De officier van justitie verzocht daarom de volledige tenuitvoerlegging van het resterende deel van de straf.
De rechtbank stelde vast dat de veroordeelde niet bereid was mee te werken en dat de voorwaarden niet werden nageleefd. Gezien de eerdere gedeeltelijke tenuitvoerleggingen en de huidige situatie gelastte de rechtbank de tenuitvoerlegging van 240 dagen gevangenisstraf. De beslissing werd genomen conform artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht.