ECLI:NL:RBMNE:2018:5554
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor onttrekken van goederen aan beslag en verduistering
De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk onttrekken van goederen waarop conservatoir beslag was gelegd door een gerechtsdeurwaarder. De goederen betroffen inventaris van een slagerij die verdachte huurde, waaronder keukenapparatuur, meubilair en keukengerei. Verdachte stelde dat hij geen eigenaar was ten tijde van de beslaglegging, maar de rechtbank oordeelde dat het beslag ook tegen niet-eigenaren kan worden gelegd en dat verdachte de beslaglegging niet had aangevochten.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het feit van oplichting, omdat dit niet wettig en overtuigend was bewezen. Verdachte had delen van de inventaris verkocht aan derden, waaronder zijn ouders en een bedrijf, terwijl het beslag nog bestond. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk goederen aan het beslag had onttrokken en zich deze wederrechtelijk had toegeëigend.
De rechtbank legde een taakstraf van 55 uur op, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, waarbij de taakstraf bij niet-nakoming kan worden vervangen door 27 dagen hechtenis. De rechtbank constateerde een schending van de redelijke termijn van ongeveer drieënhalf jaar en hield hier rekening mee bij de strafoplegging.
Daarnaast werd verdachte verplicht de in beslag genomen goederen terug te geven aan de rechthebbende. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding wegens niet-betaalde huurkosten werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat onvoldoende direct verband met het bewezen feit was aangetoond.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf van 55 uur voor het onttrekken van goederen aan beslag en verduistering.