ECLI:NL:RBMNE:2018:5590
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing doelgroepverklaring loonkostenvoordeel wegens niet voldoen aan WIA-uitkeringsvoorwaarde
De zaak betreft een beroep van de Vereniging MBO Raad tegen de afwijzing door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) van een aanvraag voor een doelgroepverklaring loonkostenvoordeel op grond van de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl). De werkneemster was gedeeltelijk hervat in aangepast eigen werk en had pas na de hervatting recht op een WIA-uitkering.
Eiseres stelde dat het begrip 'hervatting' ruim moest worden uitgelegd en dat ook na het verkrijgen van de WIA-uitkering sprake was van hervatting, waarmee de voorwaarde van artikel 2.14 Wtl niet strikt moest worden toegepast. Tevens verwees zij naar de memorie van toelichting, eerdere premiekortingen en toekomstige wetswijzigingen om haar standpunt te ondersteunen.
De rechtbank oordeelde dat de uitleg van eiseres niet gevolgd kon worden omdat een te ruime interpretatie het wettelijke criterium zou ondermijnen. De werkneemster had haar werkuren niet uitgebreid na het verkrijgen van de WIA-uitkering, en de wetsgeschiedenis en praktijkverwijzingen boden geen steun voor een ruimere lezing. De toekomstige wetswijzigingen waren niet relevant voor de onderhavige situatie.
De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht was afgewezen omdat de werkneemster niet in de kalendermaand voorafgaand aan de hervatting recht had op een WIA-uitkering. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag doelgroepverklaring loonkostenvoordeel.