ECLI:NL:RBMNE:2018:5597
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in voorwaardelijke machtiging
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. P.W.G. de Beer naar aanleiding van een beslissing tot het verlenen van een nieuwe voorwaardelijke machtiging op 26 oktober 2018. De wrakingskamer overwoog dat een wrakingsverzoek slechts ontvankelijk is indien de rechter nog betrokken is bij de behandeling van de zaak.
Omdat de rechter op 26 oktober 2018 een einduitspraak heeft gedaan en daarmee de behandeling van de zaak heeft afgesloten, was het wrakingsverzoek dat op 29 oktober 2018 binnenkwam niet meer ontvankelijk. De wrakingskamer besloot daarom af te zien van een mondelinge behandeling en het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren.
De beslissing is genomen door de wrakingskamer van de Rechtbank Midden-Nederland en uitgesproken op 13 november 2018. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak werd ingediend.