De gecertificeerde instelling (GI) verzocht de rechtbank om toestemming voor wijziging van de verblijfplaats van het kind van de pleegouders naar de grootmoeder (oma vz.). Het kind verblijft sinds juli 2017 bij de pleegouders en de GI is benoemd tot voogd. De grootmoeder en de vader steunen het verzoek, terwijl de pleegouders bezwaar maken vanwege hechtingsproblematiek bij het kind.
De rechtbank stelt vast dat het kind al meer dan een jaar met instemming van de voogd bij de pleegouders verblijft, waardoor wijziging van verblijfplaats zonder toestemming van de pleegouders niet is toegestaan, tenzij het in het belang van het kind noodzakelijk is. De GI heeft onvoldoende onderbouwd dat de wijziging noodzakelijk is. Uit rapportages blijkt dat het kind zich goed ontwikkelt bij de pleegouders en dat de pleegouders bereid en in staat zijn het kind tot meerderjarigheid op te voeden.
Hoewel de grootmoeder geschikt is als pleeggezin, weegt de bloedband niet zwaarder dan het bestaande family-life met de pleegouders. De rechtbank overweegt dat overplaatsing risico's met zich meebrengt, waaronder verlieservaringen en onzekerheid over blijvende bereidheid van de grootmoeder om de pleegouders een plaats in het leven van het kind te geven.
De rechtbank concludeert dat het verzoek niet in het belang van het kind is en wijst het af. De beschikking is gegeven door kinderrechter I.L. Rijnbout op 13 november 2018.