De kantonrechter is tot dit oordeel gekomen op grond van de volgende overwegingen.
Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] op 11 juli 2018 [C] in het magazijn heeft gekust zonder dat zij daar toestemming voor heeft gegeven. Evenmin is tussen hen in geschil dat deze gedraging valt onder wat in het Team Handbook als ‘sexual harassement’ wordt aangeduid.
[eiser] is een volwassen man van 56 met een uitgebreid arbeidsverleden en jarenlange werkervaring, waaronder een probleemloze periode van vijfeneenhalf jaar bij [gedaagde] . Hij was de begeleider van [C] en was verantwoordelijk voor haar tijdens haar inwerkperiode. [C] is slechts 20 jaar oud, woont nog bij haar ouders en is nog niet zo lang bij [gedaagde] in dienst.
Gelet op zijn werkervaring mocht van [eiser] verwacht worden dat hij wist wat wel en niet acceptabel gedrag is op de werkvloer, temeer nu zeer recent de binnen [gedaagde] geldende gedragsregels, in het bijzonder de regels over lichamelijk contact, met [eiser] zijn besproken.
Uit de brief van [eiser] van 19 juli 2018 blijkt dat hij ook wel weet dat hij met zijn gedrag een grens heeft overschreden. Dat hij desondanks is overgegaan tot dit gedrag kan hem dan ook zeer kwalijk worden genomen.
Daar komt nog bij dat [eiser] [C] heeft gekust op een moment dat zij alleen met hem was in het magazijn en [C] daarmee in een situatie heeft gebracht die door [C] , mede gelet op het imposante postuur van [eiser] , als zeer intimiderend kan zijn ervaren.
Verder had [eiser] zich als begeleider van [C] bewust moeten zijn van de ongelijke verhouding tussen hen en had hij als volwassen man moeten beseffen dat hij zowel lichamelijk als ook in zijn wijze van communiceren een professionele afstand had moeten bewaren ten opzichte van de veel jongere en onervaren [C] . Met de stelling dat [C] het chatverkeer tussen haar en [eiser] had moeten beëindigen - bijvoorbeeld door [eiser] op Messenger te blokkeren - als zij daar niet van gediend was, verliest [eiser] volledig uit het oog dat er sprake is van een ongelijke verhouding tussen hen en dat het niet eenvoudig is voor een werknemer om zijn of haar begeleider te blokkeren.
De verwijten die [eiser] richting [C] heeft gemaakt, namelijk dat zij hem op de rug zou hebben gestreeld en met haar borsten langs zijn lichaam zou hebben gestreken en hem daarmee zou hebben uitgedaagd, zijn op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt. De collega die volgens [eiser] getuige zou zijn geweest van het gedrag van [C] heeft schriftelijk verklaard dat hij niets heeft gezien en dat hij niet bereid is om op verzoek van [eiser] een verklaring te tekenen over het gedrag van [C] op de werkvloer. Overigens zou ook in de situatie dat [C] wel lichamelijke toenadering tot [eiser] zou hebben gezocht, dit het gedrag van [eiser] niet minder verwijtbaar maken. Hij had zich in dat geval als de oudere en ‘wijzere’ moeten gedragen in plaats van gebruik te maken van de onervarenheid en afhankelijke positie van [C] .
De omstandigheid dat [eiser] als kostwinner verantwoordelijk is voor het levensonderhoud van zijn gezin (een echtgenote, dochter en een zoon in de leeftijdscategorie van [C] ), maken niet dat beëindiging van de arbeidsovereenkomst ongerechtvaardigd is. Niet alleen omdat [eiser] inmiddels alweer ander werk heeft, maar ook omdat hij juist gelet op de verantwoordelijkheden die hij heeft ten opzichte van zijn gezin, beter had moeten weten dan op de werkvloer een nog heel jonge vrouwelijke collega seksueel te benaderen.