Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
op 8 december 2016 in Almere, samen met anderen, zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld en/of afpersing van een groot geldbedrag (van circa 600.000 euro) en/of een mobiele telefoon toebehorende aan [benadeelde] en/of [slachtoffer 1] ;
op 15 januari 2018 in Amsterdam een pistool en 15 scherpe patronen voorhanden heeft gehad.
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
Ja, absoluut”. Vervolgens zijn nog twee vragen gesteld die betrekking hebben op de periode die is gelegen, ruim nadat de aan verdachte verweten overval heeft plaatsgehad. Vervolgens is in het proces-verbaal gerelateerd dat het volgens de mening van de verdediging gelet op de proceshouding van de getuige geen zin heeft om vragen te stellen.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, strafbaar gesteld bij artikel 55 lid 3 onder Pro a van de Wet wapens en munitieenhandelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55 lid Pro van de Wet wapens en munitie.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
Strafbaarheid
Oplegging straf
gevangenisstraf van 4 jaren en 6 maanden;
vuurwapen en munitie met goednummer PL0900-2017128415-2120412;