De zaak betreft een geschil tussen Delphi Hotels Nederland B.V. en een huurder over de redelijkheid van de huurprijs van een zelfstandige woonruimte op de tweede etage van een pand in Utrecht. De huurder had de huurcommissie verzocht om een uitspraak over de redelijkheid van haar voorstel tot huurverlaging tot €273,17 per maand, gebaseerd op een puntenaantal van 58, waarbij de WOZ-waarde als kwaliteitsfactor was vastgesteld op de wettelijk voorgeschreven minimumwaarde van €40.480, omdat geen aparte WOZ-beschikking voor het gehuurde aanwezig was.
Delphi Hotels betwistte deze WOZ-waarde en stelde dat de werkelijke WOZ-waarde aanzienlijk hoger was, gebaseerd op een oude beschikking van €244.000 en een aanslagbiljet van 2018 met aparte WOZ-waarden voor de eerste en tweede etage. De huurcommissie oordeelde echter dat bij het ontbreken van een aparte WOZ-beschikking de minimumwaarde moet worden gehanteerd. De kantonrechter bevestigde dit standpunt en wees de vordering van Delphi Hotels af.
Daarnaast stelde de huurder een vordering in tot terugbetaling van te veel betaalde huur over de periode juni 2017 tot april 2018, welke werd toegewezen inclusief wettelijke rente. Een door Delphi Hotels ingeroepen verrekening wegens schade aan het gehuurde werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van toerekenbare tekortkoming van de huurder. De kantonrechter veroordeelde Delphi Hotels tot betaling van de proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.