Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 30 mei 2018
- de conclusie van antwoord in reconventie
- het proces-verbaal van comparitie van 15 oktober 2018.
2.De feiten
Ten aanzien van de door verhuurder betwiste in het rapport gehanteerde WOZ-waarde stelt de commissie dat, indien er voor de zelfstandige woonruimte geen aparte WOZ-beschikking is afgegeven – zoals in dit geval, dan worden de punten voor de WOZ-waarde berekend op basis van de wettelijk voorgeschreven minimumwaarde van € 40.480. Dit is geregeld in het Besluit huurprijzen woonruimte. (…)”.