ECLI:NL:RBMNE:2018:5820
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wegens verjaring van vervolging voor valsheid in geschrifte met certificaten
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 28 november 2018 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van valsheid in geschrifte met betrekking tot certificaten van deelname in de periode van 1 september 2005 tot en met 30 april 2006.
De officier van justitie stelde dat de vervolging niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens verjaring, omdat de dagvaarding pas op 25 oktober 2018 was betekend, ruim na de verjaringstermijn van twaalf jaar. De verdediging onderschreef dit standpunt. De rechtbank stelde vast dat er geen feiten of omstandigheden waren die de verjaring hadden gestuit.
De rechtbank verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte. Tevens werden de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen, omdat deze bij de burgerlijke rechter aanhangig gemaakt moeten worden. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vervolging van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring van het ten laste gelegde feit.