ECLI:NL:RBMNE:2018:5821
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging tot toebrengen van zwaar lichamelijk letsel wegens bewijsuitsluiting
Op 3 juli 2018 werd verdachte verdacht van poging tot zwaar lichamelijk letsel door het steken van het slachtoffer met een mes in Lelystad. Verdachte werd aangehouden en verhoord, waarbij zij afstand deed van het recht op consultatiebijstand zonder eerst een raadsman te hebben kunnen raadplegen, hetgeen een schending vormt van artikel 28b van het Wetboek van Strafvordering.
De officier van justitie stelde dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs was en dat er geen sprake was van een vormverzuim dat tot bewijsuitsluiting zou leiden. De verdediging betoogde dat het verhoor van verdachte moest worden uitgesloten vanwege het niet tijdig verlenen van rechtsbijstand, een fundamenteel recht, en dat het overige bewijs onvoldoende was.
De politierechter oordeelde dat de schending van artikel 28b Sv een ernstig vormverzuim is dat leidt tot bewijsuitsluiting van het verhoor. Ook de verklaring die verdachte op straat aflegde zonder cautie werd uitgesloten. Het overige bewijs was onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen, mede omdat het mes niet was onderzocht en het slachtoffer geen aangifte had gedaan.
Daarom sprak de politierechter verdachte vrij van het ten laste gelegde feit van poging tot zwaar lichamelijk letsel. Dit vonnis werd uitgesproken op 26 september 2018 door politierechter H. den Haan.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens bewijsuitsluiting op grond van schending van artikel 28b Sv en ontbreken van cautie.