Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Maatschap [derde-partij], te [woonplaats] , gemachtigde: ing. R.B.M. Aagten.
Rechtbank Midden-Nederland
Op 20 november 2018 behandelde de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland vier verzoeken om voorlopige voorziening tegen vergunningen verleend door Gedeputeerde Staten krachtens de Wet natuurbescherming. Verzoekers stelden dat bij de vergunningverlening onvoldoende rekening was gehouden met de gevolgen voor stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, mede in het licht van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en een recent arrest van het Hof van Justitie.
De voorzieningenrechter overwoog dat het PAS mogelijk aanpassing behoeft en verwees naar een nader te behandelen zaak bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In twee zaken werd de voorlopige voorziening wel toegewezen, maar in de onderhavige zaak wees de voorzieningenrechter het verzoek af wegens het ontbreken van spoedeisend belang.
Dit omdat de vergunninghouder schriftelijk had aangegeven geen gebruik te zullen maken van de vergunning zolang deze niet onherroepelijk is, mede op verzoek van de financier. Daarnaast was voor de ontwikkeling ook een omgevingsvergunning nodig, die pas wordt aangevraagd bij duidelijkheid over de Wnb-vergunning. Verzoekers kunnen een nieuw verzoek indienen als de vergunninghouder toch gebruik gaat maken van de vergunning.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het spoedeisend belang ontbrak en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E.M. van der Linde op 29 november 2018 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.